Van nazi tot naaktzwemmer: de strafste toeren van Amerikaanse presidenten

EXCLUSIEF VOOR ABONNEES

Joe Biden is met zijn 78 lentes de oudste Amerikaanse president ooit. Maar wie heeft het record de virielste president te zijn? En de zotste? De blootste? Wij zetten alle gekke presidentiële dingen op een rijtje.

Thomas Jefferson – de uitvinder (1801 – 1809)

Thomas Jefferson was in zijn vrije tijd een knutselaar. Zo richtte hij zijn huis zelf in. Het meest opvallende ontwerp van zijn hand was een klok waarop je zowel binnen als buiten het uur kon aflezen. Jefferson was ook de uitvinder van dingen die we vandaag nog kennen, zoals de draaistoel, het opklapbaar bed en de stappenteller. Jefferson nam nooit een patent op zijn uitvindingen: hij wilde er immers geen stuiver aan verdienen, maar wel de maatschappij mee dienen.

James Madison – de kleinste (1808 – 1817)

James Madison was een intelligente kerel, maar niet echt een imposante verschijning. Hij mat slechts 1 meter 60 en woog amper 45 kilogram. Hij sprak zo stil dat mensen tijdens toespraken hem soms amper verstonden. En hij was ook nog eens verschrikkelijk asociaal.

John Quincy Adams – de blootste (1825 – 1829)

John Quincy Adam ging ‘s morgens vroeg graag zwemmen in de rivier de Potomac. Voor hij in het water sprong, trok hij telkens zijn kleren uit. Nu klinkt dat nogal wiedes, maar in die tijd was dat nog redelijk gek. Zo werd er in Manhattan eens een zwemster in de boeien geslagen omdat ze, voor ze in het water sprong, haar kousen had uitgetrokken en ‘te bloot’ was.

Maar goed. John Quincy Adams in de Potomac dus. Toen de journaliste Anne Royall dat te weten kwam, trok ze om vijf uur ‘s morgens naar de oever van de Potomac. Daar zag ze Adams kleren liggen. Ze raapte die bijeen en ging erop zitten. Toen de president uit het water kwam, zei ze dat die zijn kleren niet terugkreeg, voor zij een interview kreeg. John Adams kon kiezen: toegeven of in zijn blootje over straat. Hij koos uiteindelijk voor het eerste. Royall vestigde hiermee trouwens ook een record: zij was de eerste vrouw ooit die een Amerikaanse president mocht interviewen.

Martin Van Buren: de Hollander (1837 – 1841)

Van Buren was de achtste president van de Verenigde Staten. Hij was de eerste Amerikaanse president die niet van Britse komaf was: zijn familie waren Nederlanders, en zijn moedertaal was tevens Nederlands.

Van Buren klinkt natuurlijk ook Nederlands, maar hij kreeg tijdens zijn ambtsperiode een bijnam. Er waren in die tijd namelijk nogal wat economische problemen. Van Buren kreeg daar de schuld van, en hij werd ‘Martin Van Ruin’ genoemd.

John Tyler – de meest hitsige (1841 – 1845)

John Tyler was een bijzonder bedrijvige man, ook – en misschien wel vooral – in de slaapkamer. Met zijn eerste vrouw, Letitia Christian Tyler, had hij acht kinderen. Zij overleed in 1842 aan de gevolgen van een beroerte, en twee jaar later hertrouwde John Tyler – toen 54 – met Julia Gardiner – toen een bloem van 24. Samen met haar knutselde hij nog eens zeven kindjes. Dat maakt vijftien in totaal, wat van John Tyler de virielste Amerikaanse president ooit maakt. Nog een leuk weetje: hij werd voor het laatst papa op zijn zeventigste.

Andrew Johnson – de meest ongeschoolde (1865 – 1869)

Andrew Johnson stapte in het huwelijksbootje toen hij amper achttien was. Zijn vrouw, Eliza Johnson, was nog twee jaar jonger. Ze leerde haar man lezen, schrijven en rekenen: Andrew had immers geen dag op de schoolbanken doorgebracht: hij is de enige Amerikaanse president die nooit naar school ging.

Ulysses. S. Grant – de snelheidsmaniak (1869 – 1877)

Ulysses Grant scheurde een keer te snel door de straten van Washington DC met zijn paard en kar. De arm der wet hield hem staande, gaf hem een boete van twintig dollar – wat in die tijd behoorlijk veel geld was – en confisqueerde zijn paard én zijn kar, waardoor hij nog eens te voet naar het Witte Huis moest ook.

James A. Garfield – de meest geletterde (1881)

James A. Garfield was in totaal slechts een half jaar president, waarmee zijn ambstermijn een van de kortste in de geschiedenis is. Op 2 juli kreeg hij twee kogels in zijn lijf geschoten, in een treinstation in Washington. Tijdens het verwijderen van die kogels werden medische instrumenten gebruikt die niet goed gesteriliseerd waren, en Garfield liep een infectie op waarvan hij alsmaar zieker werd. Men bracht hem naar Long Branch, zodat de gezonde zeelucht hem sterker kon maken. Hij kreeg er echter een longontsteking, en overleed op 19 september 1881.

Hij kon echter iets bijzonders: voor hij president werd, was Garfield docent klassieke talen. Hij kon met zijn ene hand Latijn schrijven én tegelijkertijd met zijn andere hand Grieks.

William Howard Taft – de zwaarste (1909 – 1913)

De lichtste president hadden we al in dit lijstje, en William Howard Taft was met zijn ruim honderdvijftig kilo de zwaarste. Het was zelfs zo erg dat hij enkele keren klem kwam te zitten in de – toch al royale – badkuip van het Witte Huis, waarna hij uiteindelijk een kuip bestelde die eigenlijk gemaakt was voor maar liefst vier volwassenen.

Taft had nog een eigenaardigheidje. Hij dronk het liefst van al zijn melk zò vers, dat hij een koe hield in de tuin van het Witte Huis.

Warren Harding – de gekke gokker (1921 – 1923)

Warren Harding was 1 meter 83 groot, wat een eeuw geleden nog behoorlijk groot was. Zijn voeten waren, zelfs in verhouding met zijn lichaam, reusachtig: zijn schoenen waren maatje 49. En leven op grote voet, dat deed hij ook.

Zo werd er tijdens zijn ambtsperiode wekelijks een pokeravond georganiseerd in het Witte Huis, waar er niet gedronken maar gezopen werd. En flink gegokt natuurlijk: tijdens zo’n pokeravond was hij zo blut, dat hij zelfs de duurste vazen in zijn ambtswoning had ingezet – en nog verloren ook.

Calvin Coolidge – de zoo-directeur (1923 – 1929)

Calvin Coolidge was niet bepaald een prater. In de plaats van het uit te leggen, was hij liever met diertjes bezig. Liepen er onder andere rond in en rond het Witte Huis: katten, enkele katten, een hond of tien, ganzen, twee wasberen, een ezel, een lynx en kanaries.

Of toch om mee te beginnen: andere staatshoofden vonden ‘beestenman’ Coolidge wel geestig, en ze lieten af en toe ‘om te lachen’ nog wat andere beestjes toeleveren. Zoals een nijlpaard, leeuwen en een beer. Ook die mochten blijven.

Harry Truman – de muzikant (1945 – 1953)

Harry Truman groeide op in een boerenfamilie, en als kind droomde hij ervan om een bekende muzikant te worden. Vooral de piano sprak hem aan. In 1905 wilde hij bij de Missouri National Guard gaan, maar zijn zicht was niet scherp genoeg. Omdat hij wist dat hij op de oogtest zou buizen, leerde hij stiekem de letterkaart van buiten. Met succes: tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij een kolonel in de Vogezen.

Toen hij in 1945 president werd, liet hij een piano leveren in het Witte Huis. Iedere ochtend stond hij om vijf uur op om tot zeven uur piano te spelen, waarna hij zich aan zijn presidentiële taken wijdde.

Ronald Reagan – de nazi (1981 – 1989)

Ronald Reagan had, toen hij op zijn zeventigste president werd in 1981, al een carrière als acteur achter zich. Zo speelde hij mee in maar liefst 53 films. In één van die films speelde hij een nazi, met nazi-uniform en al.

Lees ook
Reacties
Laden...

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More