Somers richt informatie- en screeningsdienst op die lokale geloofsgemeenschappen in de gaten moet houden

Op 24 april 2020, bij het begin van de ramadan, heeft Ali Erbas, de hoogste religieuze autoriteit van Diyanet, het Turkse ministerie van Religieuze Zaken, een preek gehouden waarbij hij zich uiterst negatief heeft uitgelaten over homoseksualiteit, door onder andere te stellen dat homoseksualiteit niet alleen een zonde is, maar ook ziekte en verval met zich meebrengt.

De homofobe uitspraken van Ali Erbas hebben voor heel wat verontwaardiging gezorgd bij de Turkse regenbooggemeenschap, die zich hierdoor nog meer gestigmatiseerd en gediscrimineerd voelde. De uitspraken werden ook veroordeeld door tal van bekende Turkse personaliteiten, Turkse mensenrechtenorganisaties en advocatenordes. Ze dienden zelf klacht in tegen Ali Erbas wegens het aanzetten tot haat.

Als reactie hierop werden volgens minister Somers een aantal hashtags op sociale media gelanceerd als steun voor Ali Erbas. Somers begin februari in het parlement: “Een van deze hashtags werd ook gedeeld door de imam van de Houthalense moskee, die hiermee zijn steun betuigde aan Ali Erbas en diens uitspraken.”

De administratie van de minister, het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB), heeft recent vastgesteld dat de door het Vlaamse Gewest in 2009 erkende Groene Moskee uit Houthalen-Helchteren op haar Facebookpagina een mededeling van de Turkse Diyanet deelde, waarbij er werd gesteld dat homoseksualiteit in de islam verboden is omdat het de toekomst van de familie ondermijnt en zo een van de grootste bedreigingen vormt voor de maatschappij.

Somers in de bevoegde commissie: “De in deze erkende moskee tewerkgestelde eerste imam heeft volgende handelingen gesteld: het delen van een bericht op zijn Facebookpagina dat op een discriminerende wijze uitlegt waarom homoseksualiteit in de islam verboden is en dat homoseksualiteit ziekte en verval meebrengt. Hij deelde ook een bericht op zijn Facebook waarin hij zei nog steeds achter Ali Erbas te staan, nadat die de regenbooggemeenschap aangevallen had in een controversiële toespraak tijdens het vrijdaggebed op 24 april 2020.” De imam bedankte volgens de minister ook iemand die op zijn bericht volgende reactie had geplaatst: “Homoseksualiteit is een virus van het kapitalisme en de democratie.”

Op basis van deze vaststellingen volgde de minister het advies van zijn administratie op om op grond van het erkenningsbesluit van 2005 (het huidige erkenningsbesluit) de procedure tot opheffing van de erkenning op te starten wegens handelingen strijdig met de Grondwet en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).

Somers: “Met de opheffingsprocedure worden eerst adviezen opgevraagd – het decreet schrijft dat zo voor – bij de gemeenteraden van Zonhoven en Houthalen-Helchteren, de provincieraad van Limburg, het representatief orgaan met name de Moslimexecutieve, het eredienstbestuur van de erkende moskee en bij de federale minister van Justitie.”

Deze adviesverlenende actoren werden verzocht om Somers binnen zestig dagen een advies te bezorgen over de erkende moskee. Die procedure van zestig dagen is decretaal voorzien. Op basis van deze adviezen kan Somers dan als bevoegd minister een gemotiveerde beslissing nemen over de al dan niet intrekking van de erkenning.

De minister: “Welke conclusies trek ik uit deze feiten? Wel, elke lokale geloofsgemeenschap is uiteraard individueel erkend en niet als een collectief. Ik kan dus ook niet op basis van het decreet veralgemenen en iedere lokale geloofsgemeenschap over dezelfde kam scheren. Ik wil dat ook niet doen. Enkel tegenover erkende lokale gemeenschappen die de erkenningscriteria niet naleven moet en zal ook opgetreden worden.”

Somers herhaalt ook nog eens dat hij momenteel volop bezig is met de oprichting van de informatie- en screeningsdienst op lokale geloofsgemeenschappen, opdat die operationeel zou zijn op 1 september van dit jaar. “Deze dienst zal over de nodige bevoegdheden beschikken om zijn controleopdracht effectief te kunnen verrichten: controles ter plaatse, medewerking opeisen, inbeslagname van informatiedragers, vaststellingen met bijzondere bewijswaarde verrichten enzovoort.”

Dit voorval duidt volgens de minister nogmaals op de noodzaak van zo een screeningsdienst om alle aanwezige informatie bij tal van actoren – Staatsveiligheid, politiediensten, Dienst Vreemdelingenzalen en de lokale integrale veiligheidscellen (LIVC’s) – te verzamelen en te coördineren zodat tijdig kan opgetreden worden tegen inbreuken op de erkenningsregeling.

De minister: “Ik wil ook meegeven dat in het nieuwe erkenningsdecreet – niet nu, maar in het nieuwe – een duidelijk verbod zal komen op alle vormen van buitenlandse financiering en beïnvloeding die verband houden met extremisme of afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van een erkende lokale geloofsgemeenschap. Binnen dat nieuwe kader zal er dus nog duidelijker en consequenter opgetreden kunnen worden tegen elke buitenlandse inmenging.”

Somers voert ook een verbod in op de bezoldiging door een buitenlandse overheid van bedienaren in de in Vlaanderen erkende geloofsgemeenschappen. “Hiermee komt een einde aan de praktijk van bedienaars als werknemer van een buitenlandse overheid, maar werkzaam in een lokale Vlaamse geloofsgemeenschap.”

Het opstarten van deze procedure heeft voorlopig nog geen gevolgen voor die moskee. Somers: “Tijdens de opheffingsprocedure blijft de lokale geloofsgemeenschap haar erkenning behouden en dus ook de financiering door de provincie Limburg. Zolang er geen beslissing tot opheffing van de erkenning is genomen, blijft men erkend en dus ook onderhevig aan alle rechten en plichten die uit die erkenning voortvloeien. Maar ik heb wel het vaste voornemen om zeer snel na die zestig dagen die men nu heeft om adviezen in te leveren, een beslissing te nemen.”

In het kader van de erkenningsprocedure heeft Somers ook de federale minister van Justitie schriftelijk in kennis gesteld van het opheffingsdossier van deze erkende moskee. De minister: “Ik heb bij deze kennisgeving de minister van Justitie verzocht om mij eveneens binnen de zestig dagen vanuit veiligheidsperspectief een advies te willen bezorgen over deze lokale geloofsgemeenschap. De federale minister van Justitie zal in het kader van de federale omzendbrief van 20 juli 2017 dan ook in de schoot van de Limburgse Local Task Force (LTF) een veiligheidsevaluatie over de betrokken moskee laten verrichten door de veiligheidsdiensten. Deze evaluatie maakt deel uit van het advies van de minister van Justitie.”


Lees ook
Reacties
Laden...

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More