Minister Kitir valt nu al door de mand

In een interview in De Zondag mag “onze” nieuwe federale minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedelijk Beleid Meryame Kitir (sp.a) haar visie geven over ontwikkelingssamenwerking.

Ik ga eerlijk zijn: ik vond Kitir geen slecht parlementslid. Ik vond haar bevlogenheid in De Kamer wel inspirerend. Ook haar parcours vind ik als overtuigd meritocraat boeiend.

Maar van kamerlid naar minister is wel een zeer grote stap en dan doemt het Peterprincipe aan de horizon op.

Kitir vertelt in De Zondag vandaag bevlogen over het project van een Limburgse dokter in de sloppenwijken van India, waar ze meter van is. “Ik heb daar gezien wat ontwikkelingswerk kan doen. Ik heb daar een gehandicapt meisje weerloos op de grond zien liggen, verstoten door de samenleving. Onze dokter heeft in haar geïnvesteerd. Jaren later zag ik datzelfde meisje terug. Ze was fier als een gieter, want ze kon zelfs fietsen. Dat had niemand voor mogelijk gehouden. Dát is voor mij de essentie: het leven van mensen verbeteren.”

Waar Kitir het over heeft, is de zogeheten vierde pijler. Dat zijn doorgaans kleinschalige én efficiënte projecten van burgers die zelf financiering zoeken zonder inbreng van de overheid. Die projecten verschillen dag en nacht van de doorgaans logge, dure en inefficiënte (politieke) projecten van ngo’s.

Bezielers van dergelijke projecten van de vierde pijler kunnen in principe niét terecht bij het federale Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking voor steun aan hun projecten. Om in aanmerking te komen voor steun van de Belgische overheid moet je organisatie immers door de Minister erkend worden als Niet-Gouvernementele Organisaties voor Ontwikkelingssamenwerking ( NGO).

Kitir heeft nog heel wat studiewerk te verrichten.

 
 
 
 
Lees ook
Reacties
Laden...

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More