Dure benzine is de schuld van Joe Biden

Afgelopen weekend: bijna tachtig euro voor een bak vol Super98. Een maand of twee geleden was dat nog zo’n twintig euro minder…

Wie een auto heeft die op benzine of diesel rijdt, die zal het wel gemerkt hebben: de prijzen aan de pomp zijn de laatste weken serieus gestegen. In verschillende kranten lazen we gisteren dat dit door de grote vakantie komt, maar is dat wel zo?

Voor een stuk wordt die prijs uiteraard bepaald door vraag en aanbod. Enkele maanden geleden, toen we nog in ons kot moesten blijven en van thuis moesten werken – en de snelwegen leeg waren – zat de benzine- en dieselprijs op een dieptepunt. Nu is het vakantie en wordt er meer rondgebold: van PCR-testcentrum naar de vakantiebestemming. Er is meer vraag, dus de prijzen stijgen.

Maar ‘t zit er ook een beetje tegen bij de Organization of the Petroleum Exporting Countries, kortweg de OPEC. Zij geraken het maar niet eens over hoeveel olie er nu dagelijks moet opgepompt worden, en daarom zetten ze de kraan maar een beetje open.

De landen die tot de OPEC behoren, bevinden zich (voornamelijk) in het midden-oosten en Afrika. Ook in de Verenigde Staten zit er heel wat olie onder de grond, maar de US of A behoort niet tot de OPEC.

In normale tijden zou de Verenigde Staten nu wat meer olie oppompen om dat gat op te vullen. Groene jonen Joe Biden laat die olie echter liever zitten waar ze zit – onder de grond dus – waardoor de olieprijzen de pan uit swingen.

Het ziet er dus naar uit dat de olieprijzen nog een tijdje hoog zullen blijven. Tot aan de vijfde golf of zo, wanneer iedereen opnieuw in zijn/haar/x kot moet blijven.

Lees ook
Reacties
Laden...

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More