Commissie voor Vervolgingen vergadert woensdag verder over parlementslid

Woensdag staat er opnieuw een vergadering met gesloten deuren op de agenda van De Kamer van de Commissie voor Vervolgingen. Er wordt verder vergaderd over ‘de vervolgingen ten laste van een lid’. Het gaat dus om een voortzetting. Rapporteur is kamerlid Benoît Piedboeuf (MR). Fysieke aanwezigheid van de leden van die Commissie is vereist.


Vorige week woensdag vond de eerste vergadering plaats. Die werd gehouden naar aanleiding van een brief van de procureur-generaal van het Hof van Beroep te Luik aan de voorzitster van De Kamer. Hierop werd de brief overgezonden naar die Commissie voor Vervolgingen. Over welk kamerlid het gaat, is vandaag (nog) niet geweten. De vaststelling dat de brief van de procureur-generaal uit Luik komt, geeft een eerste aanwijzing. Ook de vaststelling dat een Franstalig kamerlid als rapporteur werd aangesteld, wijst in de Waalse richting. 

De procedure wordt bepaald door het kamerreglement. Artikel 160 van dat kamerreglement bepaalt immers dat met het onderzoek van de verzoeken tot machtiging tot vervolging, berechting, aanhouding of voorlopige hechtenis van een Kamerlid of tot schorsing van een reeds ingestelde vervolging, een commissie belast wordt die zeven leden telt, aangewezen overeenkomstig de artikelen 22, 157 en 158. De voorzitter en de ondervoorzitters worden aangewezen overeenkomstig artikel 20, tweede lid.

De commissie hoort eventueel het betrokken lid. Deze moet worden gehoord als hij erom verzoekt. Hij mag zich laten bijstaan door een van zijn collega’s of door een raadsman.

In de beraadslaging in plenaire vergadering over een van de in het eerste lid bedoelde verzoeken, mag het woord alleen worden gevoerd door de rapporteur van de commissie, door het betrokken lid of een lid dat hem vertegenwoordigt, alsmede door één spreker voor en één spreker tegen.

De in artikel 160 bedoelde commissie is eveneens (160bis) belast met het onderzoek van de verzoeken tot machtiging tot vervolging, berechting, aanhouding of voorlopige hechtenis van ministers voor misdrijven in de uitoefening van hun ambt gepleegd of voor misdrijven buiten de uitoefening van hun ambt gepleegd maar waarvoor zij tijdens hun ambtstermijn worden berecht en het onderzoek van de genadeverzoeken ten gunste van ministers die o grond van dergelijke misdrijven werden veroordeeld.

Artikel 67 van dat reglement tot slot bepaalt ook dat er een geheimhoudingsplicht geldt met betrekking tot de informatie verkregen naar aanleiding van dergelijke niet-openbare vergaderingen. Het verklaart waarom we vandaag (nog) niet weten over wie het gaat.

Lees ook
Reacties
Laden...

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More