BMW 4-serie gaat topless (foto’s)

Is dat niet eigenaardig, zo aan het begin van de herfst?

Toen we het nieuws kregen dat er een, euh, BMW-nieuwtje onderweg was, konden we ons niet zo direct voorstellen wat dit zou zijn. “Denk eens na”, zei de bevallige Saschia van BMW Belux, “Welke auto hebben we onlangs voorgesteld?”

Tja, dat was de gloednieuwe 4-serie natuurlijk, met zijn nogal opvallende snoet. En de daarop volgende M4 – en M3.

De volgende? De 4-serie cabriolet. Logisch eigenlijk. De meeste merken stellen hun nieuwe cabrio’s voor aan het begin van de lente. De topless 4 eist nu al de schijnwerpers op, maar zal pas volgend voorjaar in de showrooms staan.

De BMW (toen nog 3-serie) E46 cabrio was de laatste met een softtop: zijn opvolgers kregen een metalen vouwdak. En hoewel zo’n metalen dak enkele voordelen biedt (beter geïsoleerd, minder kans op lekken), kleven er ook heel wat nadelen aan. Een cabrio is al zwaarder omdat er ‘stijfheid’ aan het chassis moet toegevoegd worden, en zo’n metalen klapdak doet daar nog een schepje bovenop. Het neemt ook meer plaats in, in de bagageruimte in open toestand. En ‘last but not least’: zo’n softtop ziet er gewoon stukken eleganter uit.

Wij kunnen dus alleen maar enthousiast zijn over het feit dat de nieuwe 4-reeks weer een softtop kreeg. En zo is er ineens dus ook wat meer plek in de koffer: met open dak kan je daar 300 liter in kwijt (maar liefst 80 liter meer dan in de voorganger), met gesloten dak wordt dit 385 liter – wat nog steeds 15 liter meer is dan bij de vorige 4-serie cabriolet.

BMW laat ons weten dat de koetswerkstructuur extreem stijf is voor een cabrio, met verstevigde zijdrempels enzovoort. Er wordt ons tevens op het hart gedrukt dat hij ook over een perfecte gewichtsverdeling (50 procent op de vooras, 50 procent op de achteras) beschikt. Dat klinkt misschien spectaculair, maar eigenlijk is die perfecte gewichtsverdeling ‘standaard’ op zowat iedere BMW sinds begin jaren negentig.

Wat er onder de kap zit? De leukste is natuurlijk de M440i xDrive, met een zescilinder onder de kap die 374 pk en 500 Nm koppel loslaat op het asfalt. Sprintje naar de honderd is hiermee getrokken in 4,9 seconden, de top bedraagt – uiteraard – 250 km/u.

Een trapje lager staat de 430i, met een 2-liter grote vierpitter. Die produceert 258 pk en 400 Nm koppel, heeft 6,2 seconden nodig voor de sprint en haalt eveneens een top van 250 km/u.

De ‘instapper’ is de 420i, die 184 pk en 300 Nm uit de 2-liter haalt, goed voor een top van 236 km/u en een sprint in 8,2 seconden.

Toer je liever rond op duivelssap? Dan kan je aanvankelijk enkel opteren voor de 420d. (190 pk, 400 Nm, 7,6 seconden, 236 km/u). In de zomer van volgend jaar komen daar nog bij: de 430d (3-liter zespitter, 286 pk, 650 Nm, 5,9 seconden, 250 km/u) en de M440d xDrive (3-liter zespitter, 340 pk, 700 Nm, 5,1 seconden, 250 km/u).

Zowel de diesels als de benzines hebben allemaal Mild Hybrid-technologie aan boord: een 48 Volt-startgenerator die 11 pk toevoegt. Alle modellen krijgen ook een achttraps automaat standaard.

Zoals reeds gezegd: in de toonzalen valt hij pas te bewonderen in maart volgend jaar. Ook de prijs zal dan bekendgemaakt worden. Wij vinden ‘m op foto best leuk ogen, al zouden we voor een ander kleurtje opteren dan dat ‘boswachtergroen’.

1

Image 1 of 8

 
 
 
 
Lees ook
Reacties
Laden...

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More